Kennisbank

energie label huis
Thuisbatterij en energielabel: wat levert het écht op?

Steeds meer mensen vragen: “Als ik een thuisbatterij koop, gaat mijn energielabel dan omhoog?”

Eerlijk antwoord: soms ja — maar er zit een grote maar aan.

In deze bloggen wij als gecertificeerd EPA-adviseur uit wat er per 29 mei 2026 is veranderd, wanneer een batterij écht meetelt voor je label, en wat je kunt verwachten als je géén warmtepomp in huis hebt.

‍Wat bepaalt je energielabel?

Je energielabel wordt berekend via de NTA 8800-methodiek. Daarin tellen dingen mee zoals:

  • Isolatie (dak, muren, vloer)
  • Je verwarmingssysteem (cv-ketel, warmtepomp of hybride)
  • Ventilatie en glas
  • Zonnepanelen

Al die factoren samen bepalen de EP2-waarde: hoeveel fossiele energie je woning per vierkante meter verbruikt. Hoe lager dat getal, hoe beter je label. Tot voor kort telde een thuisbatterij daar helemaal níet in mee. Dat is nu veranderd.

‍

Nieuw per 29 mei 2026: batterij telt officieel mee

Vanaf 29 mei 2026 wordt in de NTA 8800 een correctiefactor ingevoerd die de EP2-waarde verlaagt als een woning aantoonbaar voldoende opslagcapaciteit heeft. Een lagere EP2-waarde vertaalt zich direct in een betere labelklasse. Dit vloeit voort uit de Europese EPBD IV-richtlijn, die als overkoepelend doel heeft dat alle gebouwen in Europa in 2050 emissievrij zijn. Goed nieuws dus. Maar er zijn wel harde voorwaarden.

‍

3 eisen waar je batterij aan moet voldoen

‍

1. Minimaal 5 kWh opslagcapaciteit

Kleinere systemen hebben volgens de normcommissie onvoldoende impact op de energieprestatie van het gebouw om een labelverbetering te rechtvaardigen. De grens ligt bij 5 kWh netto bruikbare opslag.

2. Vast aangesloten — geen stekkerbatterij

Een plug-and-play stekkerbatterij telt niet mee, ook niet als die meer dan 5 kWh kan opslaan. De batterij moet professioneel zijn gemonteerd en vast zijn aangesloten op je meterkast.

3. Je hebt ook zonnepanelen

Dit is de belangrijkste eis — en meteen ook de meest bepalende voor je situatie.

‍

Wat als je géén zonnepanelen hebt?

Dan telt de batterij helaas niet mee voor je energielabel, hoe groot of duur het systeem ook is.

Zonder zonnepanelen telt de batterij niet mee voor het energielabel, ongeacht capaciteit of installatiekwaliteit.

Logisch ook: een thuisbatterij verbetert de energieprestatie doordat deze de zelfconsumptie van zonne-energie verhoogt — in plaats van overtollige stroom direct terug te leveren aan het net, gebruik je die later zelf. Hierdoor daalt je energievraag uit het net. Zonder panelen is er simpelweg niets om op te slaan.

Een batterij zonder zonnepanelen kan wél interessant zijn voor dynamische tarieven (goedkoop laden ’s nachts), maar dat heeft geen effect op je label.

‍

En als je géén warmtepomp hebt?

Hier zijn veel mensen bang voor — en dat is onterecht. Een warmtepomp is géén vereiste.

De zelfconsumptie van zonnestroom stijgt met een batterij van zo’n 30% (zonder warmtepomp of laadpaal) naar 70% tot 85%. Dat resulteert direct in een lagere EP2-score.

Heb je dus gewoon een cv-ketel én zonnepanelen? Dan kan een thuisbatterij nog steeds je label verbeteren. Het effect is wat kleiner dan bij een woning mét warmtepomp, maar het is er zeker.

‍

Hoeveel labelstappen kun je verwachten?

Wees realistisch. Een thuisbatterij in combinatie met zonnepanelen levert in de meeste situaties een verbetering van 1 tot 2 labelstappen op. Een woning met label C die al zonnepanelen heeft, kan met een 10 kWh batterij vaak naar B schuiven. Bij een woning op label E of F zit de grootste winst nog steeds in isolatie of een efficiënter verwarmingssysteem — de batterij is dan de afronding, niet de motor.

Toch kan die kleine verbetering relevant zijn, zeker als je woning precies rond de grens van een betere labelklasse zit.

‍

Let op: je bestaande label wordt niet automatisch aangepast

Energielabels die vóór 29 mei 2026 zijn afgegeven blijven gewoon geldig en worden niet automatisch herzien. Wil je dat een thuisbatterij meetelt, dan moet je een nieuw energielabel laten opmaken.

Dat kost een paar honderd euro — maar het kan de moeite waard zijn. Banken kijken bij het bepalen van je hypotheekrente steeds vaker naar je energielabel: een energiezuinigere woning vormt een lager risico en dat belonen ze met een lagere rente.

Tabel over wanneer batterijen meetellen voor energielabel met situaties en effecten.

Nog een reden om nú te handelen: saldering stopt in 2027

De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027. Energie die je nu nog comfortabel teruglevert en verrekent, levert straks een stuk minder op. Een thuisbatterij maakt je daarmee dubbel interessant: je zelfconsumptie stijgt, je energierekening daalt, én je label verbetert.

‍

Conclusie

Een thuisbatterij is een puzzelstukje dat het bestaande zelfconsumptiepatroon versterkt — geen wonderoplossing voor een matig geïsoleerd huis. Maar heb je zonnepanelen en wil je je label optimaliseren voor verkoop, verhuur of een lagere hypotheekrente? Dan is dit precies het juiste moment om te kijken wat een batterij voor jouw situatie oplevert.

Wil je weten of een nieuwe labelopname voor jou zinvol is?

Neem contact op voor een vrijblijvend advies. Als gecertificeerd EPA-adviseur brengt EnergielabelConsult de energieprestatie van uw woning volledig in kaart — inclusief het effect van een thuisbatterij op je EP2-waarde.

Energielabel 2026: Dit verandert er voor jouw woning of pand

 
Redactie
april 2026

Het is zover: de Europese energie-eisen (EPBD IV) worden dit jaar definitief vertaald naar Nederlands beleid. Voor vastgoedeigenaren, verhuurders en bewoners betekent dit dat de regels rondom het energielabel flink op de schop gaan.

‍

Wat moet je echt weten over de veranderingen in 2026 en daarna?

We vatten de belangrijkste punten voor je samen.

‍

1. De grote omslag: Wat gebeurt er op 29 mei 2026?

Vanaf eind mei verandert de manier waarop we naar de energiezuinigheid van gebouwen kijken. Dit zijn de drie grootste wijzigingen:

  • Nieuw labelontwerp: Het energielabel krijgt een nieuwe look. Het wordt informatiever en biedt meer inzicht in de werkelijke energieprestaties.
  • Andere berekening: Door een nieuwe systematiek kan je huidige label verschuiven. Een pand dat nu een C-label heeft, kan in de nieuwe berekening uitkomen op een B of juist een D.
    • Let op: Heb je al een label? Geen paniek. Bestaande labels blijven gewoon 10 jaar geldig vanaf de datum van afgifte.
  • Monumenten aan de beurt: De uitzonderingspositie voor monumenten vervalt. Vanaf 29 mei 2026 is een energielabel ook voor beschermde monumenten verplicht bij verkoop of verhuur.

‍

2. Strengere eisen voor utiliteitsgebouwen en nieuwbouw

De lat komt steeds hoger te liggen. De focus verschuift van “minder verbruiken” naar “volledig emissievrij”.

De opkomst van ZEB (Zero Emission Buildings)

Er komt een nieuwe labelklasse voor emissievrije gebouwen. Vanaf 2030 moeten alle nieuwe gebouwen aan deze norm voldoen. Hierbij telt niet alleen het verbruik, maar ook de CO₂-uitstoot van de bouwmaterialen mee (het zogenaamde Global Warming Potential).

De “slechtste labels” moeten weg

Voor utiliteitsgebouwen (kantoren, winkels, etc.) wordt de druk opgevoerd:

  • 2030: De slechtst presterende 16% van het gebouwenbestand moet zijn aangepakt.
  • 2033: De grens schuift op naar de slechtst presterende 26%.
  • 2050: Het einddoel: een volledig emissievrije gebouwde omgeving.

‍

3. Belangrijk voor verhuurders: De deadline van 2029

Hoewel 2030 vaak als ijkpunt wordt genoemd, ligt er voor de woningmarkt een belangrijke deadline in 2029. Eigenaren van huurwoningen met een label E, F of G moeten uiterlijk op 1 januari 2029 verduurzaamd hebben naar minimaal label D. Wachten is dus geen optie meer.

‍

Tijdlijn van energielabelveranderingen 2026-2050 met maatregelen voor monumenten en emissievrije gebouwen.

‍

Conclusie: Kom in actie

Het energielabel is niet langer alleen een “papiertje voor de verkoop”, maar een dwingend instrument voor verduurzaming. Of je nu een monument bezit, een kantoor beheert of een woning verhuurt: de koers is duidelijk.

Tip: Controleer de vervaldatum van je huidige label. Valt deze na mei 2026? Dan kan het slim zijn om nu alvast te kijken wat de nieuwe berekeningsmethode voor jouw pand betekent.

energie label huis

Update voor eigenaren van monumentale kantoren

 
Redactie
maart2026

Dit is een belangrijke update voor eigenaren van monumentale kantoren. De regels rondom energielabels gaan namelijk flink op de schop. Hieronder vind je een helder overzicht van wat er verandert en wat je moet doen.

Energielabels & Monumenten: Wat verandert er vanaf 2026?

Heb je een kantoorpand dat een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument is? Dan genoot je tot nu toe van een uitzonderingspositie. Maar let op: de Europese regels (EPBD IV) veranderen, en dat heeft direct invloed op jouw verplichtingen als verhuurder of verkoper.

De huidige situatie (tot 29 mei 2026)

Op dit moment is het simpel: monumenten zijn uitgezonderd.

  • Sinds 2023 moeten ‘normale’ kantoren minimaal energielabel C hebben.
  • Monumenten (ook als slechts een deel van het pand de status heeft) hoeven nu geen energielabel te hebben om als kantoor gebruikt te mogen worden.

De grote verandering vanaf 29 mei 2026

Vanaf deze datum vervalt de algemene uitzondering voor monumenten. Dit is wat je moet weten:

  1. Energielabel verplicht: Bij verkoop, nieuwe verhuur of het verlengen van een huurcontract moet er een geldig energielabel aanwezig zijn.
  2. Bestaande huurders: Voor lopende contracten verandert er niets. Pas bij een officieel “transactiemoment” (verlenging of nieuwe huurder) moet het label er liggen.
  3. Geen Label C-eis: Hier is het goede nieuws. Hoewel je een label moet hebben, hoeft dit voor monumenten niet minimaal label C te zijn. Je hoeft je pand dus niet verplicht te verbouwen naar een bepaald niveau, zolang je het label maar laat registreren.

Wat moet je doen als verhuurder?

De deadline van mei 2026 lijkt ver weg, maar een goede voorbereiding bespaart je straks stress.

  • Check je status: Controleer bij de gemeente (bijv. Amsterdam of de betreffende omgevingsdienst) of je pand officieel als beschermd monument geregistreerd staat.
  • Schakel een expert in: Zorg dat je vóór mei 2026 een energielabel laat opstellen door een gecertificeerd EPA-U adviseur.
  • Gebruik de tijd slim: Laat alvast een energiescan uitvoeren. Zo weet je welk label je pand nu zou krijgen en welke duurzame stappen mogelijk zijn zonder het historische karakter aan te tasten.

Tip: Ga je wel verduurzamen? Maak dan gebruik van fiscale voordelen zoals de MIA/VAMIL (tot 45% aftrek) of de BMKB-Groen voor gunstige financiering.

Samenvattend: Je monument hoeft straks niet aan de ‘Label C-eis’ te voldoen, maar het papierwerk (het label zelf) wordt wél verplicht bij elke mutatie in de verhuur.

Woning verduurzamen? Alles over het Bouwbesluit en de nieuwe regels (2024/2026)

 
Redactie
februari 2026

Je woning verduurzamen is slim voor het milieu én je portemonnee. Maar wist je dat er wettelijke eisen zijn waar je aan moet voldoen? Voorheen stonden deze in het Bouwbesluit 2012, maar sinds 1 januari 2024 vallen deze onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In dit artikel leggen we uit hoe je jouw woning energiezuinig maakt volgens de nieuwste Nederlandse regelgeving.

Wat zijn de huidige isolatie-eisen (Bbl)?

Hoewel de naam is veranderd van Bouwbesluit naar Bbl, zijn de technische eisen voor isolatie grotendeels gelijk gebleven. De overheid stuurt op de Rc-waarde: de isolatiewaarde van de hele constructie. Hoe hoger dit getal, hoe minder warmte er ontsnapt.

Minimale Rc-waarden bij nieuwbouw en uitbouw

Bouw je een nieuwe woning of een dakkapel? Dan moet je voldoen aan deze strikte eisen:

  • Dak: 6,3 m2K/W
  • Gevel: 4,7 m2K/W
  • Vloer: 3,7 m2K/W

Wanneer gelden de renovatie-eisen?

Bij een kleine verbouwing (zoals het na-isoleren van een spouwmuur) geldt een lagere minimumeis van 1,3 m2K/W. Let echter op: als je meer dan 25% van de gebouwschil vernieuwt, spreken we van een ‘ingrijpende renovatie’ en kunnen de strengere nieuwbouweisen van kracht worden.

De Trias Energetica: Slim verduurzamen in 3 stappen

De meest effectieve manier om je huis te verduurzamen is volgens de Trias Energetica-methode:

  1. Beperk de energievraag: Isoleer je dak, muren en vloer. Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken.
  2. Gebruik duurzame energie: Installeer zonnepanelen of een warmtepomp.
  3. Efficiënt fossiel verbruik: Gebruik gas (zolang nodig) zo zuinig mogelijk, bijvoorbeeld met een hybride warmtepomp.

Belangrijke maatregelen voor je woning

1. Optimale isolatie

  • Dakisolatie: Omdat warme lucht stijgt, verlies je hier de meeste energie. Streef voor optimaal comfort naar een Rc-waarde van 6,0.
  • HR++ of Triple Glas: Vervang enkel of oud dubbel glas. Dit verhoogt het comfort direct en voorkomt tocht bij het raam.
  • Vloerisolatie: Ideaal om kou vanuit de kruipruimte te blokkeren.

2. Hernieuwbare energie verplichting

Sinds kort is er een nieuwe regel: bij een ingrijpende renovatie waarbij je het verwarmingssysteem vervangt, ben je vaak verplicht om een deel hernieuwbare energie (zoals zonnepanelen of een warmtepomp) te installeren.

3. Ventilatie: essentieel bij isolatie

Een goed geïsoleerd huis is luchtdicht. Zonder goede ventilatie krijg je last van vocht en schimmel. Denk aan:

  • Mechanische ventilatie (type C).
  • WTW-unit (Warmteterugwinning): Hierbij wordt koude buitenlucht opgewarmd met de warmte van de afgevoerde binnenlucht.

Subsidies en besparing

Verduurzamen is een investering die zichzelf terugverdiend. Gemiddeld duurt dit 5 tot 15 jaar, afhankelijk van de maatregelen.

  • ISDE-subsidie: Je kunt vaak een flink deel van de kosten terugkrijgen voor isolatie en warmtepompen.
  • Hogere woningwaarde: Een woning met energielabel A of hoger verkoopt sneller en voor een hogere prijs.
  • Let op: Voor subsidies gelden vaak strengere eisen dan de minimale wettelijke eisen uit het Bbl.

Tip: Vraag subsidies altijd aan voordat je begint met de werkzaamheden of check de voorwaarden direct na uitvoering.

Checklist: Hoe begin je?

  1. Check je bouwjaar: Woningen na 1995 zijn vaak al redelijk geïsoleerd; oudere woningen bieden de meeste winst.
  2. Bepaal je budget: Kijk naar de ISDE-subsidiemogelijkheden.
  3. Vraag advies: Een energieadviseur kan een verbeter-rapport maken voor jouw specifieke situatie.
  4. Kies de juiste volgorde: Isoleer eerst de schil (schil-aanpak) voordat je een kleinere warmtepomp koopt.

Conclusie

Verduurzamen volgens de regels van het voormalige Bouwbesluit (nu Bbl) is niet alleen een verplichting, maar vooral een kans. Door slim te isoleren en te ventileren, stijgt je wooncomfort en daalt je energierekening fors.

Wil je weten wat het beste past in jouw situatie?
Laat je woning keuren. Een energielabel adviseur zal de woning komen inspecteren. Zo worden verbeterpunten zichtbaar en kunnen maatregelen bedacht worden om de woning te verduurzamen. Een pakket aan maatregelen vormt het verduurzamingsadvies. Na de uitvoering van de werkzaamheden kan de adviseur de woning opnieuw keuren en het verbeterde energielabel afgeven.

Renovatiepasoort?
Vanaf 29 mei 2026 is er het renovatiepaspoort. Dit is een document waarmee in stappen wordt uitgelegd hoe de woning verduurzaamd kan worden naar een emissievrij gebouw. Het rapport wordt alleen opgesteld door een adviseur die gecertificeerd is in maatwerkadvies. Lees hier meer over op RVO – Renovatiepaspoort.

Hoe herken je het type beglazing in huizen?

 
Redactie
januari 2026

In Nederland hangt de kwaliteit van de beglazing sterk af van het bouwjaar van de woning. Hoewel we steeds vaker triple glas zien in nieuwbouw, is HR++ glas momenteel de standaard en de meest voorkomende upgrade in bestaande bouw.

Veel voorkomende glassoorten in Nederland

  • Enkel glas: Voornamelijk nog te vinden in hele oude woningen of monumenten.
  • Dubbel glas (Thermopane): De standaard in huizen uit de jaren ’70, ’80 en ’90. Dit is simpelweg twee glasplaten met lucht ertussen.
  • HR++ glas: Sinds de jaren 2000 de norm. Dit is de “gouden standaard” voor een balans tussen kosten en isolatie.
  • Triple glas (HR+++): Vooral aanwezig in nieuwbouw (vanaf ca. 2015) of zeer grondig gerenoveerde “nul-op-de-meter” woningen.

Hoe herkent een energielabel-adviseur het glas?

Een adviseur heeft een getraind oog en gebruikt een paar vaste methodes om het type glas vast te stellen, zelfs als het er van een afstandje hetzelfde uitziet:

  1. De afstandhouder (de strip tussen het glas): De adviseur kijkt heel dichtbij naar de metalen of kunststof strip tussen de glasplaten. Vaak staat hier een code in geprint. Als daar de letters “HR”, “HR++” of een jaartal na 2000 staat, is dat een sterke aanwijzing.
  2. De “vlammetjestest”: Door een aansteker of zaklamp voor het glas te houden, kijkt de adviseur naar de reflecties. Je ziet bij dubbel glas vier vlammetjes.
    • Gelijke kleur: Normaal dubbel glas.
    • Afwijkende kleur (vaak blauw/roze): De tweede of derde vlam heeft een andere kleur. Dit duidt op een metaalcoating, wat kenmerkend is voor HR-glas.
  3. Dikte van de ruit: Met een speciale glasdiktemeter kan de adviseur de dikte van de glasplaten en de breedte van de spouw (de ruimte ertussen) meten.
  4. Bouwjaar en facturen: De adviseur vraagt vaak naar facturen van glaszetters of kijkt naar het bouwjaar van de woning. Bij een huis uit 2015 mag je er wettelijk vanuit gaan dat er minimaal HR++ in zit.

Het verschil tussen HR glas en HR++

Hoewel beide “hoog rendement” zijn, zit het grote verschil in de vulling en de verbeterde techniek:

Hr-plus beglazing
Verschil tussen gewoon HR en HR-plus glas

Kortom: HR++ isoleert bijna twee keer zo goed als standaard dubbel glas en aanzienlijk beter dan het oude HR-glas, vooral door de toevoeging van Argon-gas in plaats van gewone lucht.

Welke kozijnen heb ik?

Kozijnen zijn minstens zo belangrijk als het glas zelf. Voor een energielabel-adviseur vormen het glas en het kozijn samen één “rekenwaarde” voor het warmteverlies. Je kunt het beste glas ter wereld hebben, maar als je kozijn tocht of warmte geleidt als een malle, blijft je energierekening hoog.

In de methodiek van het energielabel wordt gekeken naar de U-waarde van het kozijn. Hoe lager dit getal, hoe beter de isolatie.

In Nederland maken we onderscheid tussen vier hoofdtypes, elk met hun eigen invloed op je label:

Kozijntypes energielabel
Kozijntypes

Waarom ze cruciaal zijn voor je Energielabel

Een adviseur let bij kozijnen op drie specifieke zaken die je labelscore direct beïnvloeden:

  1. Thermische onderbreking: Bij metalen kozijnen (aluminium/staal) zoekt de adviseur naar een kunststof strip in het midden van het profiel. Zonder deze strip “lekt” de warmte direct via het metaal naar buiten, wat een flinke strafpunt op je label oplevert. Algemeen wordt aangenomen dat metalen kozijnen voorzien zijn van thermische onderbreking vanaf bouwjaar 2000. Voor die tijd zal het aangetoond moeten worden met tekeningen of facturen waar het opstaat.
  2. Kierdichting: Zitten er goede rubberen strips (strippen) in de kozijnen? Oude houten kozijnen hebben vaak kieren waardoor tocht ontstaat. De adviseur noteert of er sprake is van “goede kierdichting”.
  3. Dikte en profiel: Bij kunststof kozijnen wordt gekeken naar het aantal kamers in het profiel. Hoe meer kamers, hoe beter de isolatie en hoe hoger de score.

Wat kun je zelf checken?

Kijk eens naar de binnenkant van je kozijn als het raam openstaat. Zie je daar zwarte of grijze rubberen randen die overal doorlopen? Dan heb je goede kierdichting. Voelt het kozijn zelf in de winter ijskoud aan (vooral bij aluminium)? Dan ontbreekt waarschijnlijk de thermische onderbreking.

Banken geven rentekortingen op hypotheken – Hoe zit dat?

 
Redactie
december 2025

In Nederland kun je rentekortingen op je hypotheek krijgen als je woning duurzaam is of wordt — dit noemen banken vaak een duurzaamheids- of energielabel-korting. Dit is een lagere hypotheekrente die je kunt krijgen als je woning een goed energielabel heeft (of krijgt). Het doel is om huiseigenaren te stimuleren om hun huis energiezuiniger te maken.

Wat zijn rentekortingen bij energielabels?

Veel hypotheekverstrekkers in Nederland geven korting op de hypotheekrente op basis van het Energie-prestatiecertificaat (energielabel) van je woning:

Hoe de korting werkt

  • Energielabel B of A — goedkopere rente: vaak rond 0,10% tot 0,15% korting op je rente bij label B en A (kan verschillen per bank).
  • Sommige banken koppelen de rente nog nauwkeuriger aan het label (bijvoorbeeld kleinere schaal van A+++ tot G met verschillende tier-kortingen).
  • De korting verlaagt je maandelijkse hypotheeklasten: bij een hypotheek van tienduizenden euro’s kan dit tientallen euro’s per maand schelen.

Het principe: een energiezuinige woning heeft lagere energiekosten is financieel aantrekkelijker en minder risico voor de bank, en daarom een lagere rente.

Wat betekent dit voor jouw hypotheek?

1. Energie-label gerelateerd

Je krijgt meestal de korting als je woning een officieel geregistreerd energielabel B of beter heeft op het moment dat je een nieuwe rentevastperiode ingaat of bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek.

Voorbeelden bij banken:

  • ABN AMRO: 0,10% korting bij label B, 0,15% bij label A of hoger. De korting geldt tijdens de hele vaste renteperiode.
  • NIBC: korting bij nieuwe rentevaste periode als je energielabel is geregistreerd.
  • Handelsbanken: 0,10% korting als je naar energielabel A verbouwt.
  • Florius & Obvion: geven korting als je binnen 24 maanden een verbeterd energielabel (minimaal A of B) registreert.

Bij sommige banken moet je zelf zorgen dat het energielabel is geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via een erkend energieadviseur.

Hoe kom je in aanmerking?

1. Energielabel laten bepalen en registreren

  • Vraag een erkend energieadviseur om je woning te inspecteren en een energielabel te berekenen.
  • Laat het label registreren bij de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

2. Verbeter je woning

Als je woning nog geen B of A heeft:

  • Overweeg maatregelen zoals isolatie, HR++/triple glas, warmtepomp, zonnepanelen, etc.
  • Na deze maatregelen kan een nieuwe energie-inspectie en registratie je label verhogen — en zo de rentekorting opleveren.

Veel banken geven je vaak 24 maanden vanaf de start van de nieuwe renteperiode om het energielabel te verbeteren voor korting.

Tip: Duurzame hypotheekproducten

Naast de rentekorting zijn er sommige banken die speciale duurzame hypotheken aanbieden:

  • Duurzaamheids- of groene hypotheekproducten met extra voordelen.
  • Extra lenen voor energiebesparende maatregelen (bij sommige banken en productconstructies).

Daarnaast bestaan er landelijke subsidieregelingen en soms BTW-teruggave op zonnepanelen die verduurzaming goedkoper maken (niet direct rentekorting, maar financieel voordeel).

‍

Samenvatting

Een rentekorting op je hypotheekrente omdat je woning een goed energielabel heeft of wordt verduurzaamd — meestal rond 0,10%–0,15% bij label B of A.

Hoe kom je ervoor in aanmerking?

  • Laat je woning een geldig energielabel geven én laat het registreren.
  • Koop of bezit een woning met label B of A óf verbeter je woning zodat het label omhoog gaat.
  • Zorg dat je label geregistreerd is op het juiste moment bij hypotheekaanvraag of binnen de tijdsgrenzen van de bank.

Hoe verbetert de kwaliteit van labeladviseurs in 2026?

 
Redactie
november 2025

De Beoordelingsrichtlijnen (BRL) 9500-W (voor woningen) en 9500-U (voor utiliteitsgebouwen) zijn de kaders waaraan gecertificeerde bedrijven en hun EP-adviseurs moeten voldoen bij het opstellen van energieprestatierapporten (zoals het Energielabel en de onderliggende berekeningen volgens de NTA 8800).

De wijzigingen zijn vaak het gevolg van aanpassingen in de wet- en regelgeving, zoals de Omgevingsregeling en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), en de periodieke updates van de rekenmethode NTA 8800.

Hoewel de precieze, meest recente wijzigingen vanaf 2026 complex en technisch zijn, en gericht zijn op de certificaathouders (de adviesbureaus), zijn hier de belangrijkste thema’s en mogelijke gevolgen voor huizenbezitters:

Belangrijkste Wijzigingen

De wijzigingen richten zich vooral op de kwaliteit en betrouwbaarheid van het proces en het energielabel:

  • Verduidelijking en Scheiding van Eisen: Er is een duidelijkere scheiding gemaakt tussen de procesmatige eisen (in de BRL) en de inhoudelijke opname-eisen (in de ISSO-protocollen, zoals 82.1 voor woningen). Dit moet de richtlijnen overzichtelijker maken.
  • Aanpassing aan Nieuwe Wetgeving: De BRL’s zijn aangepast in verband met de aanwijzing in de Omgevingsregeling en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
  • Verbeterde Controles en Handhaving: Er worden strengere eisen gesteld aan de klachtenprocedures en er is een waarschuwings- en intrekkingssysteem voor de vakbekwaamheid van EP-adviseurs. Dit moet de kwaliteit van de adviseurs waarborgen en fraude tegengaan.
  • Herlabeling en Actualisatie: De mogelijkheden voor het actualiseren van het energielabel zonder de woning opnieuw te bezoeken (zogenoemde ‘herlabeling’) zijn verruimd, wat het proces in sommige gevallen sneller en goedkoper kan maken.
  • Aanpassing aan NTA 8800:2024: De BRL’s sluiten aan bij de nieuwste versie van de rekenmethode, wat kan leiden tot nieuwe of aangescherpte regels voor hoe bepaalde elementen van een woning (zoals isolatie, installaties) moeten worden opgenomen en berekend.

Gevolgen voor Huizenbezitters

De directe gevolgen voor u als huizenbezitter zijn indirect, maar belangrijk:

  • Hogere Kwaliteit van het Energielabel: Door de strengere eisen aan de EP-adviseurs en de betere handhaving (controle op fraude), zou u meer vertrouwen moeten hebben in de betrouwbaarheid van het energielabel van uw woning.
  • Gevolgen bij Verkoop/Verhuur: Het energielabel blijft verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering van nieuwbouw. Door de aangescherpte methoden kan de uitkomst van uw energielabel (de letter) bij een nieuwe opname anders zijn dan voorheen.
  • Impact op Financiering en Subsidies: Het energielabel speelt een cruciale rol bij:
    • Hypotheekrentes: Banken bieden vaak rentekorting bij een gunstig energielabel (A-label).
    • Subsidies: Voor veel energiebesparende maatregelen zijn subsidies beschikbaar, waarbij soms een energielabel of maatwerkadvies nodig is.
    • Een betrouwbaar label helpt u dus bij het benutten van financiële voordelen.
  • Maatwerkadvies en Renovatiepaspoort: De BRL’s bereiden zich voor op het Renovatiepaspoort binnen het Maatwerkadvies. Dit is een uitgebreid plan om stapsgewijs de woning te verduurzamen. Een goed en betrouwbaar advies, opgesteld volgens de BRL-eisen, helpt u om de juiste duurzaamheidsmaatregelen voor uw woning te bepalen.

Kortom, de wijzigingen zijn vooral bedoeld om de kwaliteit van de adviseurs en daarmee de betrouwbaarheid van het Energielabel te verhogen, wat uiteindelijk in uw voordeel werkt bij verkoop, financiering en verduurzaming van uw woning.

Zou u willen dat ik zoek naar de specifieke datum waarop de meest recente wijzigingen aan de BRL 9500-W en 9500-U van kracht zijn geworden?

Wanneer is een energielabel (nog) geldig?

 
Redactie
augustus 2025

Er zijn eigenlijk twee situaties waar u rekening mee moet houden:

1. Algemene wetgeving energielabel (woningmarkt in het algemeen)  

  • Het energielabel voor woningen is geregeld in de Regeling energieprestatie gebouwen (EPG), voortvloeiend uit Europese richtlijnen.
  • Een energielabel is 10 jaar geldig vanaf de datum van afgifte.
  • Het label moet definitief geregistreerd zijn bij de RVO (dus niet alleen een voorlopig label zoals bij verkoop nieuwbouw).
  • Bij verkoop, verhuur of oplevering van een woning moet een geldig label worden overhandigd.

2. Specifiek voor huur en het WWS (woningwaarderingsstelsel)  

  • Voor het toekennen van energieprestatiepunten in het WWS moet er een definitief energielabel aanwezig zijn.
  • De geldigheid is ook 10 jaar: een verlopen label mag niet gebruikt worden voor puntentoekenning.
  • Als er géén geldig label is, geldt een standaardtoekenning:
  • Bij een woning gebouwd vóór 1 januari 2015 zonder geldig label → automatisch een F-label (slechte score).
  • Bij een monumentale woning zonder geldig label → automatisch een E-label (nul-punten).
  • Na mei 2026 zijn monumentale woningen ook verplicht een label te hebben.
  • Energielabels van vóór 1 januari 2021 die niet voorzien zijn van een EI- index zijn niet geldig voor het WWS (zie ep-online.nl voor de vermelding bij de woning “EI geldig voor WWS“).
Heb ik een geldig energielabel?
EL geldig voor WWS?

Kort gezegd:

  • Wettelijk is een energielabel 10 jaar geldig.
  • In het WWS geldt exact hetzelfde: alleen een geldig (niet verlopen) energielabel kan punten opleveren.
  • Zonder geldig label wordt de woning afgestraft in de puntentelling.

Waarom het zinvol is de druk op uw woning te zetten met een luchtdrukmeting.

 
Redactie
september 2025

Een blowerdoortest of luchtdrukmeting (met uitslag de Qv10-waarde) kan veel toevoegen bij het bepalen van een energielabel, zeker als je een beter (en realistischer) label wilt laten registreren.

Waarom zinvol?

  1. Aantonen van luchtdichtheid
    • Het energielabel rekent vaak met standaardwaarden als er geen meetgegevens zijn. Die standaardwaarden zijn meestal ongunstig.
    • Met een blowerdoortest laat je zien hoe luchtdicht jouw woning écht is. Als dit beter is dan de standaardaanname, levert dat vaak een beter energielabel op.
  2. Hoger label, meer waarde
    • Een gunstiger energielabel verhoogt de verkoop- of verhuurwaarde en kan ook aantrekkelijker zijn voor huurders en kopers.
  3. Energie(kosten)besparing
    • De test toont waar warmte en lucht ontsnappen. Dit helpt je gericht isoleren of kieren dichten.
  4. Toekomstbestendig
    • Met de steeds strengere eisen aan energieprestaties (en verplichtingen voor verduurzaming) kan het aantonen van goede luchtdichtheid nu al lonen.

Hoe laat je dit doen?

  • Een gecertificeerd energieadviseur die energielabels mag registreren, kan de blowerdoortest meenemen in de opname. Niet elke adviseur doet dit standaard, dus vraag er expliciet naar.
  • Er bestaan ook gespecialiseerde lucht- en lektestbedrijven die blowerdoortesten aanbieden. Als je dit bewijs aanlevert bij de energieadviseur, kan hij/zij het meenemen in de berekening van je label.
  • Kosten: doorgaans tussen de € 300,- en € 600,- voor een woning, afhankelijk van grootte en regio.

Neem eerst contact op met een energieadviseur die labels registreert en vraag of een blowerdoortest in jouw geval zinvol is voor een beter label.

Voor het energielabel en de blowerdoortest wordt gewerkt met de luchtdoorlatendheid van de woning, uitgedrukt in Qv10-waarde (ventilatiedebiet bij 10 Pascal per m² geveloppervlak).

Omdat maar weinig bestaande woningen zo’n meting hebben, gebruikt de energieadviseur standaardwaarden per bouwjaar. Die standaardwaarden zijn meestal conservatief.

Hier een overzicht van de rekenwaarden per bouwperiode die vaak worden gebruikt in NTA 8800 (de methode achter het energielabel):

Standaard aannames luchtdichtheid per bouwjaar

  • Voor 1965 → qv;10 = 1,54 dm³/s·m² (zeer lek, veel kieren)
  • 1965–1974 → qv;10 = 1,00
  • 1975–1982 → qv;10 = 0,90
  • 1983–1991 → qv;10 = 0,65
  • 1992–1999 → qv;10 = 0,50
  • 2000–2005 → qv;10 = 0,40
  • 2006–2012 → qv;10 = 0,35
  • 2013–2019 (Bouwbesluit-eisen strenger) → qv;10 = 0,30
  • 2020 en later (BENG-eisen) → qv;10 = 0,15 – 0,25 (afhankelijk van ontwerp en oplevering)

Dit zijn standaardwaarden die een adviseur gebruikt als er géén blowerdoortest beschikbaar is. In werkelijkheid kan jouw woning beter scoren, maar zonder test wordt altijd de bovengrens (ongunstig) aangehouden.

Waarom dit relevant is:

Als je woning bijvoorbeeld uit 1998 komt, rekent de adviseur met qv;10 = 0,50. Als jij met een blowerdoortest aantoont dat jouw woning eigenlijk 0,25 haalt, kan dat je energielabel merkbaar verbeteren.

Hoeveel stappen het energielabel kan maken, kunnen wij voor u uitrekenen als de woning is ingevoerd in onze software. Dan kunt u beslissen of de kosten voor de infiltratiemeting van waarde voor u is.

Wat is een ventilatiesysteem met luchtdruk-gestuurde toevoer?

 
Redactie
juli 2025

Een ventilatiesysteem met luchtdrukgestuurde toevoer is een systeem waarbij de toevoer van verse lucht automatisch wordt aangepast op basis van het drukverschil tussen binnen en buiten, of tussen verschillende ruimtes. Dit gebeurt zonder actieve mechanische aandrijving (zoals ventilatoren) aan de toevoerzijde; het systeem gebruikt natuurlijke drukverschillen om luchtstromen te reguleren.

Definitie (technisch):

Luchtdrukgestuurde toevoer is een vorm van luchttoevoer waarbij de instroom van buitenlucht in een gebouw plaatsvindt via roosters of kleppen die automatisch reageren op drukverschillen (bijv. winddruk of onderdruk in het gebouw), zodanig dat de hoeveelheid lucht die wordt toegelaten varieert afhankelijk van deze drukverhoudingen.

Wanneer komt dit voor?

  • In systeem C ventilatie (mechanische afvoer, natuurlijke toevoer), bijvoorbeeld bij zelfregelende roosters die openen of sluiten afhankelijk van het drukverschil.
  • Bij winddrukgestuurde roosters (vaak in kozijnen): deze beperken luchtinlaat bij hoge windsnelheden en verhogen ze bij lage druk, om comfort en tocht te reguleren.

Kenmerken:

  • Geen actieve ventilatoren bij de toevoer.
  • Tochtbeperkend en energie-efficiënt.
  • De toevoer is niet constant, maar variabel en afhankelijk van luchtdruk.
  • Vaak toegepast in woningen met mechanische afvoer (zoals badkamer of keuken).

Welk specifiek systeem (zoals een merk of type) heeft luchtdruk-gestuurde toevoer?Hier is een overzicht van merken en systemen die luchtdrukgestuurde of vraaggestuurde toevoer leveren:

‍

Overzicht luchtdrukgestuurde ventilatiesystemen
Overzicht ventilatie-oplossingen

Duco (België/NL)

  • DucoTronic System – elektronische raamroosters die automatisch openen/sluiten op basis van CO₂ en vocht, gecombineerd met een DucoBox (Focus/Silent). Zo wordt toevoer en afvoer zoneregel gestuurd op druksignalen.
  • Duco Focus System – zelfregelende natuurlijke toevoerroosters + zonale mechanische afvoer met sensoren en kleppen in de DucoBox Focus.

BUVA (Nederland)

  • BUVA Q‑Stream evolution – centrale mechanische afvoer met zelfregelende toevoerroosters (Co₂ of vochtgestuurd), inclusief “SmartValve” kleppen en SmartSense CO₂‑sensoren.

Renson (België)

  • OxyGreen Light – vraaggestuurd ventilatiesysteem (VST3) met interne vocht+optionele CO₂-sensor, gecombineerd met natuurlijke toevoer via roosters .
  • Renson C+ systemen – natuurlijke toevoer, mechanische afvoer met geregelde toevoerroosters op basis van luchtkwaliteit.

Brink (Nederland)

  • Demand-Controlled Ventilation – centraal systeem met 3‑weg kleppen die toevoer/afvoer aanpassen op basis van CO₂ / vocht, geïntegreerd in centrale WTW-unit of Renovent/Flair units.

‍

De merken Duco, BUVA, Renson en Brink bieden systemen met luchtdrukgestuurde (of breder: vraaggestuurde) toevoer. Voor appartementen of huizen met C‑ of C+-configuratie zijn Duco en BUVA bijzonder geschikt vanwege hun elektronische klepsystemen.

Zoek je een centraal WTW-systeem met geïntegreerde sturing, kijk dan vooral naar Brink of bijvoorbeeld Daalderop en ook Zehnder.

Wat zijn de voordelen van een hybride warmtepomp ten opzichte van een gewone CV of een volledige warmtepomp?

 
Redactie
juli 2025

Het verduurzamen van je woning is een slimme investering, zowel voor je portemonnee als voor het milieu. Laten we de voordelen van een hybride warmtepomp vergelijken met een traditionele cv-ketel en een volledig elektrische warmtepomp, en bepalen welk type het meest geschikt is voor een eengezinswoning, met of zonder zonnepanelen. Ook bekijken we de beschikbare subsidies.

Voordelen van een hybride warmtepomp

Een hybride warmtepomp combineert het beste van twee werelden: het gebruikt een warmtepomp voor het grootste deel van de warmtebehoefte en de bestaande cv-ketel springt bij op de koudste dagen of voor warm tapwater.

Ten opzichte van een gewone cv-ketel:

  • Aanzienlijke gasbesparing: Een hybride warmtepomp kan tot wel 80% op je gasverbruik besparen voor verwarming, wat resulteert in lagere energiekosten. Je bent minder afhankelijk van de schommelende gasprijzen.
  • Lagere CO2-uitstoot: Doordat je minder gas verbruikt, draag je bij aan een lagere CO2-uitstoot en een beter milieu.
  • Behoud van comfort: De cv-ketel zorgt ervoor dat je altijd voldoende warmte en warm water hebt, zelfs op de koudste dagen, of wanneer je snel warmte nodig hebt.
  • Minder ingrijpende verbouwing: Een hybride warmtepomp werkt vaak samen met je bestaande radiatoren, wat de installatie minder complex en kostbaar maakt dan bij een volledig elektrische warmtepomp.
  • Subsidiemogelijkheden: Voor de aanschaf van een hybride warmtepomp kun je in aanmerking komen voor subsidies.

Ten opzichte van een volledig elektrische warmtepomp:

  • Lagere investeringskosten: De initiële investering voor een hybride warmtepomp is doorgaans lager dan voor een volledig elektrische warmtepomp, omdat je de bestaande cv-ketel kunt behouden.
  • Minder afhankelijk van isolatiegraad: Een hybride warmtepomp is ook geschikt voor woningen die nog niet optimaal geïsoleerd zijn. De cv-ketel kan dan bijspringen wanneer de isolatie onvoldoende is om de warmtepomp efficiënt te laten werken. Bij een volledig elektrische warmtepomp is goede isolatie essentieel voor een efficiënte werking.
  • Minder ruimte nodig: Sommige hybride systemen zijn compacter, wat voordelig kan zijn als je beperkte ruimte hebt.

Welk type warmtepomp is het beste voor een eengezinswoning?

Voor een eengezinswoning hangt de beste keuze af van de isolatiegraad van je huis, je budget en je toekomstplannen:

  • Hybride warmtepomp: Dit is vaak de beste keuze voor bestaande eengezinswoningen die nog niet optimaal geïsoleerd zijn. Het biedt een goede balans tussen kostenbesparing, comfort en duurzaamheid. Je bespaart direct veel gas en bent minder afhankelijk van gas, zonder dat je huis perfect geïsoleerd hoeft te zijn. Het is een laagdrempelige stap richting een gasvrije toekomst.
  • Volledig elektrische warmtepomp (all-electric): Dit is de meest duurzame optie en de beste keuze voor nieuwbouwwoningen of grondig gerenoveerde eengezinswoningen met uitstekende isolatie (minimaal energielabel A). Je bent dan volledig gasvrij. Een all-electric warmtepomp vraagt een hogere initiële investering en vaak aanpassing van het afgiftesysteem (bijvoorbeeld vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren).
  • Specifieke types:
    • Lucht/water warmtepomp: Meest voorkomend in bestaande bouw en relatief eenvoudig te installeren. Haalt warmte uit de buitenlucht.
    • Bodem/water warmtepomp (geothermisch): Heeft het hoogste rendement, maar is ook het duurste en meest ingrijpende vanwege grondboringen. Vaak een goede keuze bij nieuwbouw of zeer grote renovaties.

Conclusie voor eengezinswoning: Voor de gemiddelde bestaande eengezinswoning is een hybride lucht/water warmtepomp vaak de meest praktische en kostenefficiënte oplossing. Het is een goede eerste stap in de verduurzaming en biedt flexibiliteit.

Met of zonder zonnepanelen?

Het antwoord is: altijd mét zonnepanelen, indien mogelijk.

Een warmtepomp, of deze nu hybride of volledig elektrisch is, verbruikt elektriciteit. Door deze elektriciteit zelf op te wekken met zonnepanelen, verhoog je niet alleen je energieonafhankelijkheid, maar reduceer je ook je operationele kosten aanzienlijk.

  • Verlaging van stroomkosten: Hoewel een warmtepomp je gasverbruik vermindert, zal je stroomverbruik toenemen. Met zonnepanelen compenseer je dit verbruik, waardoor je energierekening nog lager uitvalt.
  • Optimale duurzaamheid: Door je warmtepomp te voeden met zelf opgewekte groene stroom, is je verwarming vrijwel volledig CO2-neutraal.
  • Terugverdientijd: De combinatie van een warmtepomp en zonnepanelen kan de terugverdientijd van beide investeringen versnellen, zeker met de huidige salderingsregeling (waarbij je opgewekte stroom mag wegstrepen tegen verbruikte stroom).

Kortom, een warmtepomp functioneert prima zonder zonnepanelen, maar de combinatie is financieel en ecologisch gezien verreweg het meest voordelig.

Welke subsidies kan ik krijgen en wat moet ik ervoor doen?

In Nederland kun je als woningeigenaar de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen voor de aanschaf van een warmtepomp.

Hoogte van de subsidie:

  • De subsidie voor een (hybride) warmtepomp dekt gemiddeld 30% van de kosten voor de warmtepomp én de installatie ervan.
  • De exacte hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type warmtepomp, het vermogen en het energielabel (minimaal A++). Warmtepompen met een A+++ label krijgen vaak een hogere bonus.
  • Vanaf 2025 zijn er enkele wijzigingen in de subsidiebedragen voor lucht/water warmtepompen. Het startbedrag gaat omlaag, maar het bedrag per kW vermogen gaat omhoog. De bonus voor A+++ gaat iets omlaag. Voor specifieke bedragen kun je de apparatenlijst van de RVO raadplegen.
  • Voor een water/water warmtepomp (grondgebonden) kan de subsidie aanzienlijk hoger zijn.

Wat moet je ervoor doen (aanvraagproces ISDE-subsidie):

  1. Oriëntatie en keuze: Bepaal welk type warmtepomp bij jouw woning past en informeer je goed over de mogelijkheden. Zorg dat het model warmtepomp dat je kiest op de meldcodelijst van de RVO staat. Deze lijst geeft aan welke warmtepompen in aanmerking komen voor subsidie. Je installateur kan je hierbij helpen.
  2. Aanschaf en installatie: Laat de warmtepomp installeren door een gecertificeerd installatiebedrijf. Dit is een belangrijke voorwaarde voor de subsidie. Bewaar de factuur en het betaalbewijs goed. Zorg dat de meldcode van de warmtepomp en een omschrijving van het type, merk en fabrikant op de factuur staan.
  3. Subsidie aanvragen: Dien je subsidieaanvraag in via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
    • Ga naar de website van de RVO (www.rvo.nl/isde).
    • Log in met je DigiD.
    • Kies voor ‘Nieuwe aanvraag’ en zoek de ISDE-regeling op.
    • Vul de benodigde gegevens in en upload de vereiste documenten (factuur, betaalbewijs, meldcode, eventueel productbeschrijving/technische documentatie als meldcode ontbreekt).
    • Belangrijk: De subsidie moet worden aangevraagd binnen 24 maanden na de installatie van de warmtepomp. Wacht dus niet te lang!
  4. Beoordeling en uitbetaling: De RVO behandelt je aanvraag. Je ontvangt doorgaans binnen 8 weken een beslissing. Bij goedkeuring wordt het subsidiebedrag op je bankrekening gestort.

Sommige installateurs bieden ook hulp bij het aanvragen van de subsidie, of regelen dit zelfs volledig voor je. Informeer hiernaar bij je installateur.

Hoe bepaal je de opbrengst van zonnepanelen en wat is de beste oriëntatie?

 
Redactie
juli 2025

De opbrengst van zonnepanelen wordt meestal uitgedrukt in kilowattuur (kWh) per jaar. Je kunt de opbrengst berekenen met de volgende formule:

  • Panelen en vermogen: Meer panelen en panelen met een hoger Wattpiek (Wp) vermogen leveren uiteraard meer op.
  • Locatie en zonuren: In Nederland verschilt het aantal zonuren per regio (bijv. aan de kust meer dan in het binnenland), wat invloed heeft op de opbrengst.
  • Oriëntatie en hellingshoek: Dit zijn cruciale factoren, hierover later meer.
  • Schaduw: Zelfs gedeeltelijke schaduw op één paneel kan de opbrengst van de hele string (rij panelen) verminderen, afhankelijk van het type omvormer.
  • Temperatuur: Zonnepanelen presteren het best bij lagere temperaturen. Op warme zomerdagen kan het rendement iets dalen.
  • Onderhoud: Schone zonnepanelen leveren meer op. Vuilophoping kan de efficiëntie verminderen.
  • Kwaliteit van de panelen en omvormer: Goede kwaliteit panelen en een efficiënte omvormer zorgen voor een hogere en stabielere opbrengst.

Wat is de beste oriëntatie voor zonnepanelen in Nederland?  

De “beste” oriëntatie hangt af van je doel: maximale totale opbrengst of een betere spreiding van de opbrengst over de dag (en dus een hoger eigen verbruik).

1. Zuid (optimale opbrengst): Traditioneel wordt het zuiden gezien als de optimale richting voor zonnepanelen in Nederland. Panelen die recht op het zuiden gericht zijn, vangen gedurende de dag de meeste directe zonnestralen op en leveren daardoor de hoogste totale jaaropbrengst per paneel.

  • Optimale hellingshoek voor zuid-oriëntatie: Tussen de 30 en 45 graden, met 37 graden vaak genoemd als de meest ideale. Dit zorgt voor een goede balans tussen zomer- en winterzon.

2. Oost-West (optimale spreiding en eigen verbruik): Een oost-west opstelling is steeds populairder, vooral nu de salderingsregeling (waarbij je onbeperkt teruggeleverde stroom mag wegstrepen tegen verbruikte stroom) langzaam wordt afgebouwd. Bij deze opstelling wordt de ene helft van de panelen richting het oosten geplaatst en de andere helft richting het westen.

  • Voordelen van oost-west:
  • Gespreide opbrengst: De panelen op het oosten wekken ’s ochtends veel energie op (bijv. voor ontbijt, wasmachine) en de panelen op het westen in de namiddag en vroege avond (bijv. als je thuiskomt). Dit zorgt voor een betere spreiding van de productie over de dag, wat beter past bij het energieverbruik van een gemiddeld huishouden.
  • Hoger eigen verbruik: Doordat de opwekking beter aansluit bij je verbruik, gebruik je meer van je eigen opgewekte stroom en hoef je minder van het net af te nemen. Dit is financieel voordeliger, zeker met de afbouw van de salderingsregeling en de introductie van terugleverkosten.
  • Nadeel van oost-west: De totale jaaropbrengst is vaak iets lager dan bij een zuid-opstelling (soms zo’n 5-15% minder, afhankelijk van de exacte hoeken).

3. Zuid-Oost en Zuid-West: Deze oriëntaties zijn ook zeer geschikt en leveren slechts een klein percentage minder op dan een zuid-oriëntatie (circa 5% minder). Ze bieden een goed compromis tussen maximale opbrengst en een (iets) betere spreiding.

4. Noord: Zonnepanelen op het noorden gericht worden sterk afgeraden, aangezien de opbrengst aanzienlijk lager is en vaak niet rendabel.

Platte daken: Op een plat dak heb je de vrijheid om de oriëntatie en hellingshoek zelf te bepalen. Dit is ideaal omdat je de panelen optimaal kunt richten voor maximale opbrengst of een gunstige spreiding. Vaak wordt hier ook een oost-west opstelling toegepast om de ruimte optimaal te benutten en de opbrengst te spreiden. Een hellingshoek van 10 tot 13 graden wordt vaak gekozen om meer panelen te kunnen plaatsen en tegelijkertijd te zorgen voor een goede afvoer van vuil en water.

Conclusie:

  • Voor de hoogste totale jaaropbrengst, is zuid met een hellingshoek van 30-45 graden (ideaal 37 graden) de beste keuze.
  • Voor een hoger eigen verbruik en een gespreidere opwekking, is een oost-west opstelling vaak gunstiger, zeker met het oog op de toekomstige energiewetgeving.

Een professionele installateur kan door middel van een dakscan en analyse van je energieverbruik de meest optimale configuratie voor jouw specifieke situatie bepalen.

Is een energielabel verplicht bij bedrijfsonroerend goed?

 
Redactie
juni 2025

Ja, een energielabel is verplicht bij de verkoop, verhuur of oplevering van de meeste bedrijfsonroerend goed in Nederland. Sinds 1 januari 2023 geldt bovendien de verplichting dat kantoorgebouwen van 100 m2 of groter minimaal energielabel C moeten hebben. Als een kantoorpand hier niet aan voldoet, mag het niet meer als kantoor gebruikt worden, en kunnen gemeenten en omgevingsdiensten hierop handhaven met aanzienlijke boetes tot wel €81.000,- of zelfs sluiting van het pand.

Voor welke bedrijfspanden is een energielabel verplicht?‍

De verplichting geldt voor de meeste utiliteitsgebouwen, zoals:

  • Kantoorgebouwen
  • Onderwijsgebouwen (scholen, universiteiten)
  • Bijeenkomstlocaties (restaurants, cafés, kinderopvang, vergadercentra)
  • Gezondheidszorggebouwen (ziekenhuizen, verpleeghuizen)
  • Logiesgebouwen (hotels, pensions)
  • Winkelpanden (supermarkten, warenhuizen)
  • Sportgebouwen (sporthallen, stadions)

Uitzonderingen waarbij een energielabel niet verplicht is:

  • Beschermde monumenten
  • Gebouwen voor religieuze activiteiten (kerken, moskeeën)
  • Vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot 50 m2
  • (Agrarische) bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking (bijvoorbeeld fabriekshallen), tenzij er een kantoor of showroom groter dan 50m2 in is gevestigd.
  • Gebouwen die ten hoogste 2 jaar in gebruik zijn (bijvoorbeeld bouwketen, noodwinkels)
  • Gebouwen die geen energie gebruiken om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren of garages)
  • Voor kantoorgebouwen geldt de C-plicht niet als:
    • Minder dan 50% van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw gebruikt wordt voor kantoorfuncties.
    • De gebruiksoppervlakte van de kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het gebouw minder dan 100 m2 is.
    • De maatregelen die nodig zijn om energielabel C te realiseren, een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar.

Wat kun je doen om een zo hoog mogelijk energielabel te krijgen?

Een hoog energielabel (A, B of C) kan niet alleen voldoen aan wetgeving, maar leidt ook tot lagere energiekosten, meer comfort en een hogere waarde van je pand. Hier zijn de belangrijkste stappen:

  1. Goede isolatie: Dit is vaak de meest effectieve stap. Denk aan:
    • Dakisolatie: Aan de binnen- of buitenkant.
    • Spouwmuurisolatie: Indien aanwezig en geschikt. Anders gevelisolatie (buitenzijde of voorzetwanden aan de binnenkant).
    • Vloer- en bodemisolatie: Vooral vloerisolatie heeft een groot effect.
    • Goede beglazing: Vervang enkel glas door dubbel glas, HR++ of triple glas (HR+++). Dit reduceert warmteverlies aanzienlijk.
  2. Zuinigere verwarmingsinstallatie:
    • Vervang een oude cv-ketel door een hoogrendementsketel (HR-ketel).
    • Overweeg een (hybride) warmtepomp of aansluiting op een warmtenet.
    • Zonneboilers kunnen ook bijdragen.
  3. Investeer in hernieuwbare energiebronnen:
    • Zonnepanelen: Wek je eigen duurzame energie op. Dit verlaagt direct de energie-index van je gebouw.
  4. Efficiënte ventilatie en koeling:
    • Zorg voor een modern ventilatiesysteem met warmte-terugwinning (WTW). Dit houdt warmte binnen terwijl je frisse lucht krijgt.
  5. Verlichting en apparatuur:
    • Vervang alle verlichting door LED-lampen. Dit is een snelle en vaak zeer rendabele investering.
    • Kijk naar zuinige apparaten en schakelsystemen, zoals bewegingssensoren om onnodig verbruik te verminderen.

Advies:‍

Het energielabel-rapport dat je ontvangt na een opname geeft gericht advies welke verbeteringen in jouw specifieke situatie het meest effectief zijn. Je kunt ook een EPA-Maatwerkadvies aanvragen bij een gecertificeerd bedrijf. Dit geeft inzicht in bouwkundige en installatietechnische verbetermaatregelen, inclusief de kosten, baten en terugverdientijden. Het is aan te raden om eerst te zorgen voor goede isolatie en beglazing voordat je dure installaties aanbrengt, om zo het energieverlies te minimaliseren.

Waardoor is tijdelijke verhuur van een woning toch mogelijk?

 
Redactie
juni 2025

Sinds 1 juli 2024 is de Wet vaste huurcontracten van kracht. Dit betekent dat een vast huurcontract voor onbepaalde tijd de norm is geworden in Nederland. Echter, er zijn nog steeds specifieke situaties waarin tijdelijke verhuur van een woning mogelijk blijft.

Hier zijn de belangrijkste uitzonderingen en constructies die tijdelijke verhuur mogelijk maken, inclusief de Model C overeenkomst:

Tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet

De Leegstandwet biedt mogelijkheden om woningen tijdelijk te verhuren zonder dat de huurder de reguliere huurbescherming geniet. Dit is bedoeld om leegstand tegen te gaan en is met name relevant in de volgende situaties:

  • Te koop staande woningen: Eigenaren die hun huis verkopen en dubbele lasten willen voorkomen, kunnen met een vergunning van de gemeente tijdelijk verhuren.
  • Sloop of renovatie: Woningen die op de nominatie staan om gesloopt of ingrijpend gerenoveerd te worden, kunnen tijdelijk worden verhuurd totdat de sloop of renovatie begint.
  • Leegstaande gebouwen zonder woonbestemming: Denk aan kantoren of scholen die in afwachting zijn van een nieuwe bestemming.

Belangrijk bij de Leegstandwet:

  • Een vergunning van de gemeente is altijd vereist. Zonder deze vergunning is de tijdelijke verhuur niet toegestaan.
  • De maximale duur van de vergunning verschilt per situatie (bijvoorbeeld maximaal 5 jaar voor te koop staande woningen, maximaal 7 jaar voor sloop/renovatie).
  • De huurder heeft geen volledige huurbescherming bij het einde van de huurperiode. De verhuurder moet wel een opzegtermijn in acht nemen.

Tussenhuur (inclusief de diplomatenclausule, zoals Model C)

Tussenhuur, vaak geformaliseerd met een Model C contract (of een vergelijkbare overeenkomst met een diplomatenclausule), maakt tijdelijke verhuur mogelijk wanneer de verhuurder van plan is om zelf weer in de woning terug te keren.

  • Wat is het? Bij tussenhuur verhuurt de eigenaar de woning tijdelijk omdat hij zelf elders verblijft (bijvoorbeeld voor werk of studie in het buitenland) en na een bepaalde periode weer in de woning wil terugkeren. De intentie om zelf terug te keren is hierbij cruciaal.
  • Diplomatenclausule: Dit is de specifieke bepaling in het huurcontract die de verhuurder het recht geeft om de huur op te zeggen en zelf weer in de woning te trekken na afloop van de overeengekomen periode.
  • Duur en verlenging: De huurperiode wordt voor een bepaalde tijd afgesproken. Verlenging is mogelijk als de verhuurder langer dan voorzien elders verblijft, maar er moet dan wel een nieuwe, duidelijke einddatum worden afgesproken.
  • Opzegging: De verhuurder kan de huur niet tussentijds opzeggen, tenzij de diplomatenclausule kan worden ingeroepen (d.w.z., de verhuurder keert zelf terug). De huurder mag in principe wel tussentijds opzeggen.
  • Huurbescherming: Hoewel het een tijdelijk contract is, moet de verhuurder de huurder tijdig (minimaal 1 en maximaal 3 maanden voor de einddatum) schriftelijk informeren dat de huur eindigt. Wordt dit niet gedaan, dan kan de huurder alsnog huurbescherming krijgen en wordt het contract omgezet naar onbepaalde tijd.

Doelgroepencontracten

De Wet vaste huurcontracten maakt ook uitzonderingen voor specifieke doelgroepen, waarbij tijdelijke contracten mogelijk blijven:

  • Studenten: Huurcontracten voor studentenwoningen kunnen tijdelijk zijn. Zodra de huurder niet meer studeert, kan het contract worden beëindigd.
  • Jongeren: Soms zijn er tijdelijke contracten voor jongeren (tot een bepaalde leeftijd) om doorstroom te bevorderen.
  • Urgent woningzoekenden/sociale noodsituaties: Huurders die uit een maatschappelijke opvang komen of in een sociale noodsituatie verkeren.
  • Tweede/laatste kans contracten: Voor huurders die na bijvoorbeeld overlast een tweede kans krijgen met een tijdelijk contract.

Verhuur van korte duur

In zeer uitzonderlijke gevallen kan een huurovereenkomst worden aangegaan “die naar zijn aard van korte duur is”. Dit is echter een strikte uitzondering en wordt door de rechter nauw getoetst. Denk hierbij aan zeer korte verblijven, zoals het huren van een vakantiewoning.

Belangrijke wijziging door de Wet vaste huurcontracten (sinds 1 juli 2024):

Vóór 1 juli 2024 was het mogelijk om tijdelijke huurcontracten van maximaal 2 jaar aan te bieden voor zelfstandige woonruimte, zonder dat daar een specifieke reden voor nodig was. Deze contracten eindigden van rechtswege. Met de nieuwe wet is dit niet meer de standaard; een huurder krijgt nu in principe direct een contract voor onbepaalde tijd, tenzij een van de bovengenoemde uitzonderingen van toepassing is. Bestaande tijdelijke contracten die vóór 1 juli 2024 zijn afgesloten, blijven wel geldig tot hun einddatum.

Het is essentieel om bij tijdelijke verhuur altijd juridisch advies in te winnen om er zeker van te zijn dat het contract voldoet aan de wettelijke eisen en om onbedoelde huurbescherming te voorkomen.

Meer weten over onze projecten?

EP-W/Basis, EP-W/Detail, EP-U/Basis, EP-U/Detail, Maatwerkadvies

Energielabel nodig

© Alle rechten voorbehouden